Download de Flash-plugin om deze foto's te zien.

Historiek.

De mergelgrotten in Riemst.


Sinds 2007 wordt de zaak gerund door Lydia Vanderstraeten, dochter van Jean-Pierre en Maria. Dat de grotten heel wat meer mogelijkheden bieden dan enkel een omhulsel voor de feestzaal is de zaakvoerster van de feestzaal niet ontgaan, daarom worden er nu ook compleet verzorgde themafeesten georganiseerd waarbij er gebruik wordt gemaakt van het gangenstelsel rondom de feestzaal.

De mergelgrotten in Riemst zijn groeven waaruit vroeger kalksteenblokken werden gezaagd of gekapt, eerst in dagbouw, daarna in mijnbouw, vandaar de benaming “kalksteengroeven”. Mergel is in feite een onzuivere kalksteen met een variabel gehalte aan klei (30% tot 60%). De blokken hier bevatten echter tot 98% calcium, dus een bijna zuivere kalksteen. Groeven worden door menselijke arbeid gevormd, terwijl grotten op een natuurlijke manier ontstaan, namelijk door het oplossen van de kalksteen bij de inwerking van koolzuurhoudend regenwater. Maar om praktische redenen behouden we het woord mergelgrotten (het is trouwens al honderden jaren in gebruik).

Het onderaardse wingebied van de voor bouwsteen geschikte kalksteen strekt zich globaal uit van Val-Meer (België) tot in Valkenburg (Nederland). Hierdoor ontstonden enige honderden kleine tot grote gangenstelsels. In de gemeente Riemst hebben we een 80-tal groeven met een totale oppervlakte van ca. 150 ha (goed voor ca. 300 km gangen). De kalksteen werd voornamelijk gebruikt als bouwsteen, maar daarnaast ook als bemesting voor kalkarme gronden. De term “uitgemergeld” werd aan dit laatste gebruik ontleend.


Historie van de gangenstelsels.

De echte ontginningen of het ontstaan van de huidige grote gangenstelsels vallen gelijk met de grote behoefte aan kalksteenblokken bij de bouw van kerken, kastelen, boerderijen, stadsomwallingen, enz.
Een oppervlakkige schatting van de ouderdom van de groeven is in feite zeer eenvoudig, omdat ze het negatief zijn van de in kalksteen opgetrokken gebouwen. Hierop staan meestal de aanvangsdata van de werken; alleen de juiste herkomst van de blokken is meestal verwaarloosd.
Hierdoor is een exacte bepaling van de ouderdom van de afzonderlijke groeven praktisch onmogelijk.
Het oudste jaartal in een van onze groeven vermeldt 1468, dit is de bezoekdatum van een kunstschilder.

De blokbreker zelf beperkte zich meestal tot het aantekenen van de hoeveelheid blokken op de muren.
Na de ontginning werd de ruimte voor allerlei doeleinden benut, zoals: opslagplaats voor veldvruchten, schuiloord in oorlogstijden en in de laatste eeuw vooral als kampernoelieskwekerij.
De meeste tekeningen, teksten en data hebben hierop betrekking. Deze, meestal in het Oudnederlands geschreven teksten, geven soms zeer interessante informatie over de plaatselijke bevolking.
Sommige teksten en tekeningen kunnen het 'daglicht' niet goed verdragen en komen inderdaad alleen maar tot hun recht in deze verlaten en donkere "krochten". Door de uitgestrektheid enerzijds en de duisternis anderzijds, alsook door het uitnodigende karakter van de blinde wanden, ontstonden de zovele kilometers cultuurhistorische informatie.